Benjamin, abt

ABT BENJAMIN

1 (168) Abt Benjamin zei: Toen wij eens van de oogst naar de Skêtis terugkeerden, bracht men ons van Alexandrië een gift, voor iedereen een pint olijfolie in een met gips gesloten vaatje. En toen de oogsttijd weer aanbrak, brachten de broeders wat er nog van restte naar de kerk. Ik nu had mijn kruikje niet opengemaakt, maar er met een naald een gaatje in geprikt en er een klein beetje van genuttigd. En in mijn hart vond ik dat ik iets groots verricht had. Maar toen de broeders hun vaatjes, nog even afgesloten met gips als ze eerst waren, inleverden, terwijl er in het mijne een gaatje geprikt was, voelde ik me van schaamte als een ontuchtige.

2 (169) Abt Benjamin, de priester van de streek van de Cellen, zei: Eens bezochten we in de Skêtis een grijsaard en we wilden hem een beetje olijfolie brengen. Toen zei hij tot ons: “Daar ligt het kruikje, dat u me drie jaar geleden gebracht hebt. Zoals u het me gebracht hebt, zo is het gebleven”. Op het horen daarvan stonden wij verbaasd over het gedrag van de grijsaard.

3 (170) Dezelfde abt zei: We bezochten eens een andere grijsaard en hij drong erop aan, dat wij wat zouden eten. En hij bracht ons raapolie. Toen spraken wij tot hem: “Vader, breng ons liever wat goede olijfolie”. Als hij dat hoorde, sloeg hij een kruis en zei: “Of er andere olie bestaat dan deze, weet ik heus niet”.

4 (171) Stervend heeft abt Benjamin tot zijn zonen gezegd: Doet dit, dan kunt ge gered worden: Verblijdt u altijd, bidt onafgebroken en zegt voor alles dank (1 Tess 5,16-17)

5 (172) Ook heeft hij gezegd: Neemt de koningsroute (Num 20,17), telt de mijlpalen en laat u niet ontmoedigen.