Halonius, abt

ABT HALONIUS

1 (144) Abt Halonius zei: Als een mens niet in zijn hart zegt: “Alleen ik en God zijn op de wereld”, zal hij geen rust hebben.

2 (145) Verder zei hij: Als ik niet eerst alles had afgebroken, had ik mezelf nooit kunnen opbouwen.

3 (146) En nogmaals zei hij: Als de mens maar wil, van de morgen tot, de avond, geraakt hij tot de maat van God.

4 (147) Abt Agathoon vroeg eens aan abt Halonius: “In welke mate moet ik verlangen mijn tong te beheersen, om geen leugens te spreken?” En abt Halonius zei tot hem: “Zonder leugens zult u vele zonden bedrijven”. Maar hij zei: “Hoe dat?” Toen sprak de grijsaard tot hem: “Stel, twee mannen hebben in uw tegenwoordigheid een moord gepleegd, en een ervan is in uw kluis gevlucht. En zie, de rechter zoekt hem en stelt u de vraag: ‘Is er in uw tegenwoordigheid een moord gepleegd?’ Als u niet liegt, levert u de man over aan de doodstraf. Laat hem liever vrij voor het oog van God, zonder boeien. Hij weet immers alles”.