Arês, abt

ABT ARES

1 (143) Abt Abraham bracht abt Arês een bezoek en toen zij plaats genomen hadden, kwam er een broeder bij de grijsaard, die sprak: “Zegt u me, wat moet ik doen om gered te worden?” Hij antwoordde hem: “Ga heen, breng een jaar door met tegen de avond brood en zout te eten; kom dan weer hierheen en ik zal (weer verder) met u spreken”. En hij vertrok en deed aldus. Toen er nu een jaar voorbij was, kwam de broeder terug bij abt Arês, en toevallig was abt Abraham daar ook. En weer zei de grijsaard tegen de broeder: “Ga heen, vast ook dit jaar, en wel om de dag”. Zodra de broeder was heengegaan, zei abt Abraham tot abt Arês: “Waarom zijn uw woorden voor alle broeders een licht juk, terwijl u deze broeder zware lasten oplegt?” Toen sprak de grijsaard tot hem: “De broeders gaan heen zoals ze komen: zoekend, maar hij komt een woord horen om God. Hij is namelijk een werker. En wat ik hem ook zeg, hij voert het met ijver uit. Daarom spreek ik van mijn kant tot hem het woord van God”.