Apfy, abt

ABT APFY

T.Orlandi gaf in 1984 het Leven van abt Apfy of Apfoe uit, vertaald door A.Campagnano. De ontdekking van het ideaal om als monnik te gaan leven bracht Apfy tot algehele onthechting. Alleen omgord met een huid, leefde hij als grazer tussen de buffels, want David zegt in de psalm: Als een rund werd ik voor uw aanschijn (Ps 72/73,22). Eens hoorde hij in een preek op Pasen de priester zeggen: “Wij, mensen, zijn geen beeld van God”. Hij ging daarvoor naar de patriarch van Alexandrië, Theofilus. Deze stond verbaasd van het inzicht dat de Geest hem gaf en toen de bisschop van Apfy’s geboortestad Pemge gestorven was, stelde Theofilus Apfy in diens plaats aan.

(148) Men verhaalde eens van een bisschop van Oxyrrynchus, genaamd abt Apfy, het volgende: Toen hij nog monnik was, pleegde hij vele gestrengheden. Eenmaal bisschop geworden, verlangde hij ook in de wereld dezelfde gestrengheid te beoefenen, maar hij vermocht het niet. Hij wierp zich dan neer voor Gods aanschijn en zei: “De genade is toch niet van me geweken wegens het bisschopsambt?” En hem werd geopenbaard: “Geenszins. Maar toen was het de woestijn, en omdat geen mens daar woont, hielp God. Nu evenwel is het de wereld, en daar helpen de mensen u”.