Ammoen van Nitrië, abt

ABT AMMOEN VAN NITRIË

Ammoen trouwde tegen zijn zin toen hij tweeëntwintig jaar was. Hij leefde met zijn vrouw achttien jaar in onthouding. Daarna besloten zij elk op zichzelf te gaan leven en Ammoen begaf zich naar Nitrië. Hij was de eerste die zich daar als kluizenaar vestigde. Hij leefde er nog tweeëntwintig jaar. Zijn dood ligt tussen 320 en 330.

(135) Abt Ammoen van Nitrië bracht abt Antonius een bezoek en zei tot hem: “Ik zie wel dat ik me meer afsloof dan u. Hoe komt het dan, dat uw naam bij de mensen groter is dan de mijne?” Abt Antonius antwoordde hem: “Natuurlijk, omdat ik God meer bemin dan u”.

2 (136) Men zegt van abt Ammoen dat hij twee maanden deed over een mation gerst. Toch bezocht hij zelf eens abt Poimên en zei tot hem: “Als ik naar de kluis van een medebroeder ga, of hij komt bij mij omdat hij iets nodig heeft, vrezen wij de conversatie met elkaar, want er mocht eens een gesprek uit te voorschijn komen dat niet ter zake doet”. De grijsaard zei hem: “Daar doet u goed aan. De jeugd heeft waakzaamheid nodig”. Abt Ammoen vroeg hem: “Wat deden de Vaders gewoonlijk (in dit opzicht)?” En hij antwoordde hem: “De Vaders waren reeds gevorderd; er was bij hen niets afwijkends, of in de mond niets ijdels meer dat ze zouden willen zeggen”. “Maar als het niettemin noodzakelijk is, zei hij, om te spreken met zijn medemens, verlangt u dan dat ik spreek met bijbelteksten of met vaderspreuken?” Toen sprak de grijsaard: “Als u niet zwijgen kunt, is het beter te spreken met vaderspreuken en niet met bijbelteksten. Want daar steekt geen gering gevaar in”.

3 (137) Een broeder kwam van de Skêtis naar abt Ammoen en zei: “Mijn vader stuurt me uit om te dienen, maar ik ben bang, dat ik dan ontucht bedrijf”. De grijsaard sprak tot hem: “Als er een bekoring opkomt, wanneer het ook zij, zeg dan: God van de machten, door de gebeden van mijn vader, bevrijd mij!” Op zekere dag trok een meisje de deur achter hem dicht, maar hij riep met luide stem: “God van mijn vader, bevrijd mij!” En onmiddellijk bevond hij zich op de weg naar de Skêtis.