Abraham, abt

ABT ABRAHAM

(140) Men zegt van een zekere grijsaard, dat hij vijftig jaar doorbracht bijna zonder brood te eten of wijn te drinken. En hij zei: “Ik heb de ontucht, de geldzucht en de ijdele eer gedood”. Toen bracht abt Abraham hem eens een bezoek en hij vernam dat hij zo sprak. Daarom vroeg hij hem: “U, hebt u dit woord gesproken?” En hij zei: “Jazeker”. Toen sprak abt Abraham tot hem: “Stel, u gaat uw kamertje binnen en vindt er op uw mat een vrouw. Kunt u nu menen, dat er geen vrouw is?” Hij antwoordde: “Neen. Maar ik strijd met mijn gedachte om haar niet aan te raken”. Toen zei abt Abraham: “Welnu, dan hebt u de hartstocht niet gedood. Hij leeft, maar is gebonden. Een ander geval. Terwijl u wat rondwandelt, ziet u tussen stenen en scherven goud Iiggen. Kan uw gedachte nu menen, dat dit (goud) dezelfde waarde heeft als de andere zaken?” Hij zei: “Welneen. Maar ik strijd met mijn gedachte om het niet mee te nemen”. En de grijsaard zei: “Welnu, dan leeft de hartstocht, hoewel gebonden”. En wederom sprak abt Abraham: “Zie, u hoort van twee broeders, dat de een u liefheeft, terwijl de ander u haat en kwaad van u spreekt. Als zij nu bij u op bezoek komen, acht u beiden dan gelijk?” Hij zei: “Welneen, maar ik strijd met mijn gedachte om hem, die me haat, even goed te behandelen als hem, die me liefheeft”. Daarop zei abt Abraham tot hem: “Zodat de hartstochten dus toch leven; zij worden slechts geboeid door de heiligen”.

2 (141) Een broeder vroeg abt Abraham: “Als het me gebeurt dat ik veel eet, hoe komt dat dan?” Toen gaf de grijsaard hem dit antwoord: “Waar spreekt u over, broeder? Eet u dan zoveel? Of denkt u soms, dat u op een dorsvloer bent aangeland?”

3 (142) Abt Abraham vertelde het volgende van een bewoner van de Skêtis: Hij was schrijver, en hij at geen brood. Nu kwam eens een broeder hem vragen een Bijbel voor hem te schrijven. Aangezien de grijsaard met zijn geest gewoonIijk in de beschouwing verkeerde, sloeg hij verzen over en vergat de leestekens. Toen nu de broeder de Bijbel opnam om de leestekens erin te zetten, zag hij dat er woorden ontbraken, en hij zei tegen de grijsaard: “Abba, er mankeren verzen aan”. Maar de grijsaard zei hem: “Ga, doe eerst maar wat er staat; kom dan terug, dan zal ik de rest voor u schrijven”.